Meerdere grote Nederlandse steden stoppen per direct met het delen van foto’s van inwoners met het UWV. Het gaat om pasfoto’s of identiteitsfoto’s die bij gemeenten zijn opgeslagen voor documenten of registratie. De steden stellen dat deze uitwisseling in strijd is met de AVG en nationale regels. De stap raakt ook aan de Europese AI-verordening en heeft gevolgen voor de overheid.
Grote steden stoppen direct
De betrokken gemeenten geven aan dat zij verzoeken van het UWV om foto’s van burgers niet langer honoreren. Het besluit volgt na interne juridische toetsing van de privacyregels. Gemeenten bewaren foto’s voor het maken van paspoorten of identiteitskaarten, maar die mogen niet zomaar voor andere doelen worden gebruikt. De nieuwe lijn geldt op het moment van schrijven en moet misbruik van biometrische gegevens voorkomen.
Tot nu toe werden zulke verzoeken soms uitgevoerd bij onderzoeken naar uitkeringen of identiteitsfraude. Gemeenten concluderen nu dat er geen duidelijke wettelijke basis is om deze zeer gevoelige gegevens te delen. Ook wijzen zij op het risico van functieverschuiving: gegevens die voor één doel zijn verzameld, gaan onbedoeld voor iets anders dienen. Dat is in strijd met het principe van doelbinding in de privacywetgeving.
De uitvoering wordt aangepast in werkprocessen en instructies aan medewerkers. Verzoeken die binnenkomen, worden voortaan standaard afgewezen of teruggestuurd met het verzoek om een rechtsgeldige grondslag te tonen. De steden vragen landelijke afstemming om te voorkomen dat burgers in de ene gemeente beter worden beschermd dan in de andere. Zij willen ook heldere richtlijnen voor uitzonderingssituaties.
Juridische basis ontbreekt
Onder de AVG zijn biometrische gegevens, zoals gezichtsbeelden, bijzondere persoonsgegevens. Verwerking mag alleen met een specifieke wettelijke grondslag en als het echt noodzakelijk is. Gemeenten verwijzen daarnaast naar sectorwetten, zoals de Paspoortwet en regels rond de basisregistratie, die het delen van pasfoto’s sterk beperken. Sociale zekerheidscontrole valt daar niet onder, stellen zij.
Biometrische gegevens zijn bijzondere persoonsgegevens. Voor verwerking is een specifieke wettelijke grondslag nodig en het moet strikt noodzakelijk zijn.
Belangrijke beginselen zijn dataminimalisatie en doelbinding. Dat betekent: niet meer gegevens delen dan nodig is, en alleen voor het oorspronkelijke doel. Zonder heldere basis kan elk dataverzoek tot overtreding leiden, ook als het goed bedoeld is. Bovendien kan onnodige opslag of doorsturen van foto’s de kans vergroten op datalekken.
De Autoriteit Persoonsgegevens ziet toe op naleving en kan ingrijpen bij overtredingen. Organisaties moeten aantonen dat zij zorgvuldig werken, bijvoorbeeld met een gegevensbeschermingseffectbeoordeling (DPIA), strikte bewaartermijnen en versleuteling. Gemeenten willen eerst zekerheid over deze punten voordat zij zulke gevoelige data delen. Tot die tijd blijft de kraan dicht.
Gebruik voor identiteitscontrole
Het UWV gebruikt beelden in onderzoeken naar de rechtmatigheid van uitkeringen en bij identiteitscontrole. Dat kan gaan om handmatige vergelijking van een foto met een bestaand document of om geautomatiseerde gezichtsvergelijking. Beide toepassingen brengen een hoog privacyrisico mee omdat fouten direct gevolgen hebben voor het inkomen van burgers. Juist daarom vragen gemeenten om een duidelijke wettelijke basis en technische waarborgen.
Als geautomatiseerde vergelijking wordt ingezet, gaat het om een algoritme dat twee beelden met elkaar vergelijkt. Zo’n systeem moet aantoonbaar nauwkeurig zijn en controleerbaar uit te leggen hoe het tot een conclusie komt. Fout-positieven kunnen leiden tot onterechte verdenkingen of opschorting van een uitkering. Menselijke controle en een goed bezwaarproces blijven dan noodzakelijk.
Het UWV benadrukt doorgaans dat gegevensuitwisseling nodig is om misbruik te voorkomen. Gemeenten zetten daar tegenover dat handhaving niet boven de wet staat. Zij vragen het Rijk om, waar nodig, de wet aan te passen of alternatieven te ontwikkelen die privacyvriendelijker zijn. Denk aan identificatie op afspraak, zonder dat foto’s uit gemeentelijke registers rondgaan.
Europese AI-verordening gevolgen overheid
De Europese AI-verordening (AI Act) stelt strenge eisen aan biometrische systemen die door de overheid worden gebruikt. Op het moment van schrijven vallen toepassingen voor identificatie en verificatie onder de hoge-risicoklasse, met verplichtingen voor risicobeheer, documentatie en menselijke controle. Overheidsinstanties moeten zulke systemen registreren en onafhankelijk laten toetsen. Dat raakt direct aan identiteitscontroles bij sociale zekerheid.
De AVG en AI Act versterken elkaar: de eerste gaat over rechtmatige gegevensverwerking, de tweede over veilige inzet van algoritmen. Zonder transparantie over het model, de databronnen en foutmarges is voldoen lastig. Gemeenten willen voorkomen dat zij medeplichtig worden aan een keten die niet aantoonbaar aan de regels voldoet. Daardoor kiezen zij nu voor de veiligste route: niet delen zonder heldere basis.
Voor Nederland betekent dit dat ministeries en uitvoeringsorganisaties hun datamodellen en processen moeten herzien. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) zullen kaders moeten geven. Ook verwerkersovereenkomsten en registers van verwerkingen moeten worden bijgewerkt. Zo ontstaat duidelijkheid voor alle gemeenten.
Gevolgen en vervolgstappen
Voor burgers betekent dit besluit dat hun pasfoto’s minder vaak buiten het oorspronkelijke doel worden gebruikt. Dat verkleint privacyrisico’s en het risico op fouten door algoritmen. Aan de andere kant kan het onderzoeken naar fraude vertragen als alternatieve routes nodig zijn. Denk aan fysieke identificatie of bewijslevering via veilige kanalen.
Voor het UWV vraagt dit om aanpassing van werkprocessen en mogelijk andere bewijsmiddelen. Waar geautomatiseerde vergelijking wordt gebruikt, zijn extra controles, auditlogs en onafhankelijk testen nodig. Ook moet helder zijn hoe iemand snel bezwaar kan maken tegen een beslissing die op beeldvergelijking is gebaseerd. Zo blijft de rechtsbescherming van burgers op peil.
De bal ligt nu bij de landelijke politiek en toezichthouders om de regels te verduidelijken. Gemeenten vragen een uniforme lijn zodat inwoners overal gelijk behandeld worden. Totdat er een expliciete wettelijke grondslag en passende waarborgen zijn, blijven grote steden bij hun standpunt. Foto’s van inwoners gaan niet langer naar het UWV.
