De Nederlandse Politie zet in op een bredere aanpak van cybercrime in het hele land. De dienst wil vanaf dit jaar meer doen aan preventie, opsporing en hulp aan slachtoffers. Dit moet vooral veelvoorkomende online fraude en ransomware terugdringen. Het gebruik van algoritmen valt daarbij onder de Europese AI-verordening, wat gevolgen heeft voor de overheid en opsporing.
Politie verbreedt cyberaanpak
De politie kiest voor een aanpak die verder gaat dan alleen strafzaken draaien. Preventie, het verstoren van criminele verdienmodellen en snelle steun aan slachtoffers horen daar nu nadrukkelijk bij. Het doel is de schade voor burgers en mkb te beperken en het aantal zaken terug te brengen.
Digitale expertise wordt vaker in basisteams ingezet, zodat wijkagenten en rechercheurs cyberzaken sneller herkennen. Het Team High Tech Crime (THTC) blijft zich richten op complexe en grensoverschrijdende dossiers. Regionale cybercrime-teams ondersteunen collega’s met specialistische kennis.
Onder cybercrime vallen bijvoorbeeld phishing, helpdeskfraude, ransomware en handel in gestolen data. Deze misdrijven raken steeds vaker gewone huishoudens en kleine bedrijven. Daarom wil de politie de drempel voor melden en hulp lager maken.
De bredere inzet moet ook criminelen afschrikken die cyberaanvallen combineren met klassieke fraude. Denk aan money mules die rekeningen beschikbaar stellen. De politie werkt hiervoor nauwer met ketenpartners samen.
Hulp aan slachtoffers versterkt
Burgers en bedrijven moeten sneller terecht kunnen voor melding en hersteladvies. Via politie.nl en 0900-8844 worden meldingen gestroomlijnd en doorgezet naar het Landelijk Meldpunt Internetoplichting (LMIO) waar dat kan. Zo kan er sneller worden gewaarschuwd en geblokkeerd.
De politie spreekt met banken en betaaldienstverleners af om verdachte transacties sneller te bevriezen. Zo wordt geld van slachtoffers eerder veiliggesteld. Dit helpt ook bij het aanpakken van geldezels die door criminelen worden geronseld.
Slachtoffers krijgen vaker doorverwijzing naar Slachtofferhulp Nederland voor psychische en praktische steun. Bij ransomware verwijst de politie naar No More Ransom, het initiatief van onder meer THTC en Europol met gratis decryptietools. Zo worden onnodige betalingen voorkomen.
Cybercrime is digitaal gepleegde criminaliteit, zoals phishing, ransomware en helpdeskfraude, vaak met als doel geld of data te stelen.
Publiek-private samenwerking groeit
De politie intensiveert de samenwerking met banken, telecombedrijven en hostingproviders. Informatie-uitwisseling helpt om phishingsites, botnets en nepwebshops sneller offline te halen. Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) en het Digital Trust Center (DTC) bieden hierbij coördinatie en advies.
Gemeenten en het Openbaar Ministerie (OM) worden eerder aangehaakt om criminele infrastructuur te verstoren. Denk aan het sluiten van panden waar fraude wordt gepleegd of het wegpoetsen van online aansturing. Zo wordt strafrecht gecombineerd met bestuurlijke maatregelen.
Voor jongeren zet de keten in op voorlichting en om-geleiding, zodat talent niet in cybercrime eindigt. Initiatieven als Hack_Right bieden eerste overtreders een leertraject richting ethische cybersecurity. Zo wordt recidive beperkt en digitale weerbaarheid vergroot.
Internationaal werkt de politie nauw samen met Europol’s European Cybercrime Centre (EC3). Cybercrime stopt niet bij de grens, dus gegevensdeling en gezamenlijke invallen zijn cruciaal. No More Ransom is een voorbeeld van die Europese samenwerking.
AI in politiewerk onder AI Act
De politie gebruikt data-analyse en eenvoudige AI-systemen voor patroonherkenning en triage. Dat kan helpen bij het koppelen van meldingen, het herkennen van phishinggolven of het prioriteren van zaken. Menselijke beoordeling blijft verplicht, zeker bij beslissingen met grote impact.
Op het moment van schrijven geldt dat de Europese AI-verordening strikte regels stelt aan AI voor opsporing. Toepassingen met hoog risico, zoals biometrie of persoonsprofilering, vragen een risicobeoordeling, toezicht en uitlegbaarheid. De politie moet daarbij kunnen laten zien welke data en regels een algoritme gebruikt.
Voor gegevensverwerking geldt de Wet politiegegevens (Wpg), met strikte eisen aan doelbinding, bewaartermijnen en beveiliging. Bij samenwerking met private partijen speelt ook de AVG, met principes als dataminimalisatie en versleuteling. Delen van data gebeurt alleen als dat noodzakelijk en proportioneel is.
Voor burgers en bedrijven betekent dit meer transparantie en waarborgen. Volledig geautomatiseerde besluiten over personen zijn niet toegestaan zonder menselijke controle. Overheden publiceren steeds vaker uitleg over gebruikte algoritmen, al zijn details in opsporing soms vertrouwelijk.
Praktische gevolgen voor Nederland
Burgers kunnen eerder waarschuwingen en handelingsadvies verwachten bij grote phishinggolven. Denk aan gerichte sms‑alerts, webpagina’s met stappenplannen en sneller offline halen van nepwebshops. Dit verkleint de kans op schade en herhaling.
Voor het mkb komt er meer aandacht voor basishygiëne, zoals tweestapsverificatie en offline back-ups. De politie werkt samen met brancheorganisaties om deze adviezen laagdrempelig te maken. Een snellere meldketen moet bovendien bedrijfsstilstand beperken na een incident.
Gemeenten en scholen krijgen materiaal voor lessen en lokale campagnes. Zo wordt digitale weerbaarheid onderdeel van het dagelijks beleid. Dat past bij de nationale cyberstrategie en Europese doelen voor weerbaarheid.
De bredere aanpak vraagt ook om blijvende investering in personeel en techniek. Opleiding voor digitale opsporing en goede tooling zijn randvoorwaardelijk. Op het moment van schrijven bouwt de politie hier stap voor stap aan, samen met publieke en private partners.
