Beveiligingsexperts in Nederland waarschuwen dat losse maatregelen tegen hackers tekortschieten. Bedrijven en overheden moeten hun digitale deuren én muren tegelijk versterken, omdat aanvallen steeds geautomatiseerder worden met AI. Nu de NIS2-richtlijn en de Europese AI-verordening (AI Act) gevolgen hebben voor overheid en bedrijven, groeit de druk om het fundament op orde te brengen. De kern: niet één extra slot, maar een plan dat een ramkraak digitaal kan weerstaan.
Puntoplossingen schieten tekort
Veel organisaties stapelen beveiligingstools, maar missen een samenhangende aanpak. Een extra filter of wachtwoord helpt weinig als basiszaken blijven liggen. Denk aan netwerksegmentatie, tijdig patchen en goede back‑ups. Zonder die lagen blijft één zwakke plek genoeg voor een doorbraak.
Maatregelen rond identiteit zijn cruciaal. Multi‑factorauthenticatie (MFA) en streng beheer van beheerdersrechten beperken schade. EDR, software die verdachte acties op laptops en servers volgt, helpt bij snelle detectie en isolatie. Namen die veel worden gebruikt zijn Microsoft Defender for Endpoint en CrowdStrike, maar geen enkel product dekt alles af.
De zwakste schakel zit vaak in toeleveringsketens en cloudinstellingen. Identiteitsplatformen zoals Okta of Microsoft Entra ID bieden gemak, maar vragen strakke configuratie en controle op tokens en API‑sleutels. Eén fout in machtigingen kan MFA omzeilen. Daarom hoort continu monitoren en het principe ‘least privilege’ bij het minimum.
AI verandert aanval en verdediging
Aanvallers gebruiken generatieve AI om geloofwaardige phishing te schrijven in elke taal. Ook stemmen en video’s worden nagemaakt voor ‘CEO‑fraude’. Een LLM, een taalmodel dat tekst voorspelt, verlaagt de drempel om aanvallen te automatiseren. Namen als GPT‑4, Gemini en Llama 3 zijn breed beschikbaar.
Verdedigers zetten AI ook in om patronen te herkennen die mensen missen. Systemen als Microsoft Security Copilot, Google Cloud met Mandiant‑intelligence en Darktrace helpen bij triage en jacht op bedreigingen. SIEM‑platformen, die logboeken verzamelen, en SOAR‑tools, die reacties automatiseren, koppelen signalen aan acties. Zo wordt detectie sneller en consistenter.
De inzet van algoritmen kent grenzen. Modellen kunnen ‘hallucineren’ en vals alarm geven, of juist iets missen. Onder de AI‑verordening horen organisaties vast te leggen hoe zulke systemen worden gebruikt en getoetst, zeker in hoog‑risico omgevingen. Let op dataminimalisatie, bewaartermijnen en datalocatie, ook richting leveranciers.
NIS2 eist basis op orde
De NIS2‑richtlijn verplicht meer sectoren tot strenger risicobeheer en snelle meldingen. Een eerste melding van een ernstig incident hoort binnen 24 uur te gebeuren. Leveranciersrisico’s en ketenafhankelijkheden vallen nu expliciet onder de plicht. Dit raakt ook IT‑dienstverleners en beheerde securitydiensten.
In Nederland wordt NIS2 omgezet in nationale regels, op het moment van schrijven is die implementatie gaande. Organisaties doen er goed aan nu al te bepalen of zij binnen scope vallen. Bestuurders krijgen meer verantwoordelijkheid en mogelijk persoonlijke aansprakelijkheid. Boetes kunnen fors zijn bij nalatigheid.
Overheidsorganisaties kunnen aansluiten bij de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Deze sluit aan op ISO 27001 en helpt aantoonbaar te voldoen aan NIS2‑eisen. Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) publiceert handreikingen voor sectorspecifieke invulling. Eenduidige processen maken meldingen en herstel sneller.
AVG begrenst securitydata
Ook bij beveiliging blijft de AVG van kracht. Loggen en detectie mogen, maar alleen wat nodig is voor dat doel: dat heet dataminimalisatie. Versleuteling en pseudonimisering beperken risico’s als er toch iets misgaat. Maak bewaartermijnen kort en onderbouwd.
Monitoring van medewerkers vraagt zorgvuldigheid. Voor ingrijpende vormen, zoals meelezen van e‑mail of chat, is vaak een DPIA nodig, een voorafgaande risicoanalyse. Wees transparant over wat wordt gemonitord en waarom. De Autoriteit Persoonsgegevens let op proportionaliteit en misbruik.
Wie AI inzet op logbestanden of tickets, moet doelbinding bewaken. Stuur geen persoonsgegevens naar externe modellen zonder verwerkersovereenkomst en duidelijke beperkingen. Overweeg EU‑gehoste varianten, zoals Azure OpenAI Service met regionale opslag, als dat passend is. Houd prompts, uitkomsten en beslissingen aantoonbaar bij.
Vijf stappen voor weerbaarheid
Begin met een actueel overzicht van alle systemen en data. Patch software snel en automatisch waar mogelijk. Versterk identiteit met phishing‑resistente MFA, zoals FIDO2‑sleutels, en scheid beheerdersaccounts. Log in op basis van ‘zero trust’, een aanpak die standaard niets vertrouwt.
3‑2‑1‑back‑upregel: bewaar drie kopieën, op twee soorten media, waarvan één offline.
Segmenteer netwerken zodat een inbraak niet overal komt. Gebruik EDR op alle endpoints en test herstel van back‑ups regelmatig. Oefen incidenten met ‘tabletops’ en spreek rollen en telefoonnummers af. Controleer cloudinstellingen periodiek op open poorten en te ruime rechten.
Beheer leveranciersrisico’s met contractuele eisen en bewijs van controles, zoals ISO 27001. Kleine en middelgrote bedrijven kunnen starten met de Basisscan Cyberweerbaarheid van het Digital Trust Center. Meld ernstige incidenten tijdig bij het NCSC of de bevoegde autoriteit. En train medewerkers blijvend om nepverzoeken en datalekken te herkennen.
